Friso Hessing opende de avond met een introductie van D66-parlementariër Boris van der Ham. In 1973 geboren en na enige jaren geschiedenis te hebben gestudeerd en de toneelacademie in Maastricht te hebben bezocht werd hij op zijn achtentwintigste benoemd als volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer. Op dit moment zijn er drie D66-parlementsleden. Van der Hams portefeuille bevat dus een derde van Nederland.
Het onderwerp van deze avond is het Hoger Onderwijs in Nederland. Boris maakt zich zorgen over de kwaliteit en de kwantiteit. Slechts 4% van de studenten in ons land komt uit het buitenland en ook investeert Nederland minder in onderwijs dan andere Europese landen. De student van tegenwoordig lijkt de academische nieuwsgierigheid en misschien zelfs wel de ambitie te missen om niet alleen een goede baan na te streven maar ook daadwerkelijk wat te willen bijdragen. Het aanbod van het Hoger Onderwijs is niet in lijn met de behoefte van de studenten en de universiteiten zijn meer van hetzelfde in plaats van excellence centers.
Boris heeft ook meerdere universiteiten in Amerika bezocht. De financiering van de meeste universiteiten komt uit de private hoek en is vele malen royaler dan de beschikbare middelen in Nederland. Hij zou willen pleiten voor een keurmerk per studierichting en universiteit. Bijvoorbeeld de ‘A-status’ voor de Universiteit Leiden op het gebied van Recht, op basis daarvan kunnen universiteiten zich differentiëren en studenten aantrekken en selecteren. Ook een idee is het fuseren van alle Universiteiten in Nederland tot één University of The Netherlands met lokale excellence centers, daarmee zouden we Nederland mogelijk aantrekkelijker maken voor buitenlandse studenten.
Van der Ham heeft bij zijn deelname in de Dijsselbloem Commissie ook geconstateerd dat het onderwijs op de middelbare school allerminst aansluit op het hoger onderwijs erna. Dat werd ook bevestigd door een aanwezige dame, werkzaam bij een kennisinstituut “vrede en veiligheid”: “Studenten kunnen geen stukken schrijven en spreken ook geen talen, dus gaat onze voorkeur uit naar buitenlandse studenten.”
Een andere bezoeker aan het Politiek Café suggereerde de snuffelstages op te heffen en die tijd te besteden aan kennisvergaring. Ook werd er gediscussieerd over de aanpak van het middelbaar schoolonderwijs: meer inspecteurs, maar dan wel met maatregelen en de bevoegdheid tot handhaving. Boris gelooft zelf in een onderwijsmodel waarbij het eerste jaar een algemeen beeld geeft over de diverse opties van specialisaties. De Universal Colleges hanteren zo’n model en de Hogere Hotelschool in Den Haag is eveneens een succesvol voorbeeld. Geen selectie aan de poort, wel na het eerste jaar.
Ook werd er een politieke vraag gesteld aan Boris: ‘’Met welke politieke partijen denkt u uw onderwijsplannen te kunnen realiseren?” Deze vraag werd door Boris beantwoord met: “De VVD en een deel van het CDA, een deel van de PvdA en een deel van GroenLinks.’’ Waarop het publiek zich beklaagde over de jarenlange plannen van Kabinet Balkenende die nog tot niets hebben geleid. Als waarschijnlijke oorzaak noemde Boris het typisch Nederlandse ‘gelijkheidsdenken’: als Maastricht iets heeft, dan wil Groningen dat ook.
De avond werd afgesloten met twee suggesties van een zeer betrokken studente: zorg dat er voldoende middelen en faciliteiten zijn om de toename aan studenten ook te ondersteunen en vertel ouders dat het VMBO niet het afvoerputje is van het Nederlands onderwijs, maar een start voor een mooie toekomst.
|