|
Lijsttrekkers:
André Lips - CDA
Saskia Boelema - D66
Selcuk Akinci - GroenLinks
Marja Heerkens - PvdA
Joyce van der Sanden - SP
Klaas Dijkhoff - VVD
Inleiding
Dit politiek café vond in Breda plaats op 1 maart 2010, de één na laatste avond voor de lokale verkiezingen. Met de nodige dosis humor zorgden debatleiders Michiel Peters en Ivette van der Linden voor een mooi debat vanuit een bomvolle theaterzaal in café theater De Boulevard.
Europa …. een hachelijke onderneming?
Zijn Breda’ers blij met Europa? Want er lijkt onvoldoende interesse voor de Europese Unie dus er zou geen plaats zijn voor Europees georiënteerde politieke cafés is de gedachte. Vandaar de vraag voorgelegd aan de lijsttrekkers en de zaal: “Is Europa een hachelijke onderneming?” Deze vraag wilden de debatleiders graag beantwoord zien na beantwoording van de warmloopstelling: “Wat doet de Europese Unie voor Breda?”
Europa en Breda: partijstandpunten
Trots op Nederland meende dat de bijdrage die de Europese Unie aan Breda levert buitenproportioneel is. Wij krijgen minder subsidies uit de EU dan dat wij geld in de Europese Unie steken was de gedachte. Trots wil graag meer deelname zien in diezelfde Europese Unie. De EU zorgt namelijk voor een goede toestroom van arbeiders naar Breda, er zijn dan ook veel Europeanen werkzaam in de stad wat weer goed is voor de economie. Toch wil Trots ook meer bezuinigingen in de sector EU.
De SP gaf aan dat er inderdaad veel arbeidersverkeer tussen de Europese Unie naar Breda bestaat. Vooral mensen uit Oost-Europa trekken naar Breda toe. Deze toestroom moet volgens SP beter geregeld worden, ook moeten er voor deze mensen voldoende woningen zijn.
Debatleider Michiel Peters stelde de welhaast moeilijkste vraag waar iedereen nu eigenlijk wel eens antwoord op zou willen hebben: “Hoeveel geld krijgt Breda nu van de Europese Unie?” Deze vraag bleef feitelijk onbeantwoord door de gastsprekers, met inbegrip van bestuurders en de gehele zaal. Niemand kon deze vraag beantwoorden. Het CDA meende (zonder benul van feitelijke informatie) dat er vast veel te weinig geld uit Europa naar Breda kwam. De Christen Democraten pleitten voor een sterkere samenwerking tussen Breda en andere steden in West-Brabant, zodat zij een sterkere positie in de EU konden innemen.
Ook de VVD had geen idee hoeveel geld Breda van de Europese Unie ontvangt. De VVD was in ieder geval van mening dat de EU kansen biedt. Netto meebetalen geeft niet is de gedachte; andere landen waarmee het voorheen slechter gesteld was, krijgen het daardoor beter en kopen dan onze producten, is de liberale visie. Wel legt Brussel te veel regels op, ook aan Breda. Deze regelverdichting maakt het creëren van beleid onnodig moeilijker. De VVD gaat hierbij uit van het subsidiariteitsbeginsel. Dit wil zeggen dat men voorrang geeft aan een gemeentelijke aanpak van problematiek boven een nationale aanpak, vervolgens geeft men dan voorrang aan een nationale aanpak boven een Europese aanpak.
Slotsom: Europese Solidariteit
Over het algemeen kan de verslaglegger uit deze avond en na een rondgang bij het publiek opmaken dat de kandidaten en lijsttrekkers weinig idee hebben van de werkelijke waarde en kosten van de Europese Unie voor Breda. Alle lijsttrekkers zijn het in ieder geval eens dat er meer subsidies vanuit de Europese Unie naar Breda moeten komen. Inderdaad, dat zou mooi zijn. Wel vinden VVD en PvdA dat er een Europese Solidariteit ontwikkelt moet worden, dat wil zeggen dat Breda erop rekent dat wanneer het hier in economische zin slechter gaat, het elders veel minder zal gaan. Voor deze landen die verder ontwikkeld moeten worden zijn de subsidies uiteindelijk bedoeld.
|